Oud Middelburg in KleurDe Stadscraen van Middelburgh

Een havenstad die al vroeg een houten wijn-havenkraan bezat was Middelburg. Weliswaar is er slechts eerst in 1365 van zulk toestel sprake, die langs de oude Haven stond, maar toen werd het al bestempeld als oud en was het dringend aan vernieuwing toe. Dat jaar werden niet alleen sommige van zijn onderdelen, waaronder de wielen met de erbij horende “velghen", door nieuwe vervangen en een nieuwe “vorst” of nok aangebracht, maar bovendien ging men toen ook over tot het "versettene” of verplaatsen van het ganse gevaarte naar een andere standplaats. De stad bekostigde verder de uitgaven voor het onderhoud van het opgekalefaterde toestel. Dit gebeurde o.m. in 1411 of 1412, toen “die wiele van der crane als ontween waren” en “ontstacht een van den anderen” met als gevolg “dat men den craene niet besighen en mochte”. De toen uitgevoerde herstellingen en het tijdelijk buiten gebruik stellen van het toestel beletten niet dat er voor het boekjaar 1411-1412 een nagenoeg normale opbrengst inzake de kraanuitbating kon genoteerd worden. Dat was ook zo voor 1438 toen het gevaarte nogmaals gedeeltelijk of volledig vernieuwd werd. Meer bijzonderheden over de uitgevoerde herstellingen zelf vernemen we niet, daar de originelen van de stadsrekenigen samen met de andere archivalia in 1940 als gevolg van oorlogsfeiten verloren zijn gegaan. 

 

1687 Stadskraan Middelburg

1687 De oude Stadskraan. Gezicht op de Dam tussen Korte Delft en Giststraat. 
 

Die ordenansye der stadscraene

In oktober 1451 stuurde de stad een afgevaardigde naar Brugge om er “te vernemen van die ordinancie van der crane”. Blijkbaar was het toen nodig de tot dan toe te Middelburg bestaande reglementering inzake de kraanuitbating en de tarifering van het kraangeld op bepaalde punten aan te passen. Deze kwestie stelde zich nogmaals enkele jaren later toen de hanzekooplui er bij de stad op aandrongen om een “redelyke ende mogelyke ordenansye” in verband met het gebruik van de kraan uit te vaardigen. De stad stemde daarmee in en van omstreeks die tijd dagtekende een nieuwe stedelijke verordening tot regeling van de kraanuitbating. Het stuk somde in de eerste plaats een reeks aanvullende bepalingen op inzake het tarief van het kraangeld op de verschillende soorten vaten of pijpen met wijn, olie, honig en staal, als op ander “craengoet” als pakken lijnwaad, wol of was, tonnen koper, stukken lood of ijzer enz. Daarbij werd voor de vaten wijn een onderscheid gemaakt tussen het “opcommen” en het “afgaan” op basis van een verschillend tarief. Het reglement had het ook over de regeling van de gebeurlijke geschillen tussen de “craenmeester” en de kooplui in verband met de voet van het kraangeld voor "sarcken, muelesteenen, slijpsteenen, asschen, standaerde van muelen ende ander zwaer sticken”. Aan genoemde kraanmeester werd de verplichting opgelegd de wijnkooplui “te besorghen alzoe veel craenkinderen, peerden ende sleden als van noode tot de crane ende wippe”, teneinde te voorkomen dat de vaten drank 's nachts op de kade zouden blijven staan. In de onkosten daarvoor zou de stad zo nodig bijspringen. Uit het stuk leren we verder dat de kraanmeester, als huurder of pachter, diende in te staan voor de levering aan de kraan van al de “reeptouwen”, maar “sonder houdt ende yser”, en dat de “craenkinderen” van de kooplui “boven huer gewoonlick loon” geen drinkgeld mochten eise. In 1474 zou volgens de verdwenen stadsrekening van dat jaar een heel nieuwe kraan in gebruik genomen zijn. Ditmaal kennen we de standplaats, namelijk op de Dam aan de haven van de toen nog niet ommuurde stad.  Na de omwalling van de agglomeratie in 1526 en de ommuring in 1548 kwam het toestel buiten de Dampoort te liggen. 

 

  

 

Het recht van 'de naeste craen'

De mensen van Middelburg waren erg gesteld op hun stapelrechten en kraanmonopolie die ze maar steeds opnieuw tegen de concurrentie van de naburige havenplaatsen Vlissingen, Arnemuiden en Veere te verdedigen hadden. Naast de mededinging van Arnemuiden was er vooral die van Veere waar de heer van de stad, de bekende Hendrik van Borsele, een havenkraan had laten oprichten en in werking stellen. Dit blijkt uit een klacht van Middelburg tussen 1465 en 1469. Wel kon in 1526 belet worden dat zoiets ook gebeurde te Vlissingen, waarvan het geslacht van Borsele eveneens heer was. In 1535, toen Jan van Trasignies, heer van Arnemuiden, in zijn geschil met Middelburg betreffende zijn voornemen om in zijn heerlijkheid “eenighe wippe ofte craene te stellen”, van hogerhand gelijk had gekregen, was het nogmaals dringend nodig daartegen in te grijpen. In april van het volgende jaar betoogde Middelburg terecht dat de oprichting van een dergelijk hijstoestel “omme temoghen lossen uyten grooten hulcken ofte andere scepen soude wesenten grooten achterdeele ende in prejudicie der voirscreven stadt” en ook in het bijzonder tot “vergheefs van der schoender havene nu onlancx ghemaect". Het blijkt wel dat de wip of kraan van de heer van Arnemuiden prompt door de mensen van Middelburg werd neergehaald. De zaak werd verder met de raadslieden van keizer Karel V besproken. De stelling van Middelburg luidde dat iedere andere “opslag” dan met de stadskraan verboden was. Van de oprichting van de kraan te Arnemuiden kwam er dan ook niets terecht. Een doorslaggevend argument dat de stad voor en na 1535 telkens opnieuw naar voor bracht als het erop aankwam haar voorrang op de andere havens van Walcheren inzake de ontlading van wijn- en andere schepen te bevestigen, was de verplichting voor de schippers bij hun aankomst in de Walcherse wateren eerst te gaan aanleggen “ter naester craene”. Hiermee werd de Middelburgse kraan bedoeld vooral voor de vaartuigen aankomende uit het Westen, waaronder die van de wijnvloot vanuit La Rochelle. Op deze wijze verwierf de stad dank zij haar kraanmonopolie zoveel als de wettelijke erkenning van haar voorrang op Vlissingen en Veere voor wat de verstapeling van de aangevoerde wijn betreft.

De kraan aan de Noorddampoort bleef lang in gebruik, maar geraakte op den duur toch versleten en nog moeilijk te hanteren, vooral wat haar draaibaarheid betrof. De meeste stadskranen werden aangedreven door een of twee tredmolens, in beweging gebracht door mens of dier. De craenluyden heetten kraankinderen, maar het waren volwassen mannen die in gilden waren verenigd. De Rotterdamse kraankinderen stonden er wat leesvaardigheid betreft beter voor dan hun collega's in Middelburg, want daar had het stadsbestuur in 1661 domweg verordonneerd dat kraankinderen analfabeet dienden te zijn.

 

De nieuwe stadskraan

In 1733 dacht Middelburg eraan de oude kraan door een nieuw houten toestel te vervangen. In 1744 kwam men ertoe de oude kraan definitief af te schrijven, maar pas twee jaar later zou die worden afgebroken. Reeds in 1746 kon een nieuw gebouwd toestel in gebruik genomen worden die door Jan de Munck, stadsarchitect, werd ontworpen.

Het was een niet draaibare kraan in een houten kraanhuis op een stenen onderbouw met inwendig de tredwielen. De nieuwe Middelburgse kraan op de Dam had soms tot negen man nodig om goed gehanteerd te worden en kon lasten tot zowat 13.000 pond optillen en verplaatsen.  

1845 Stadskraan MiddelburgDe stenen Stadskraan aan de Dam, 1846

  

In 1861 oordeelde de stad dat de kraan op de Dam te ouderwets en te omslachtig was en vervangen moest worden door een nieuw en moderner toestel in ijzer. In 1862 werd tweehonderd meter verderop een nieuwe Fairbairn-kraan in gebruik genomen, nabij de Punt;  in 1712 was er voor de gilde van de korenmeesters, kolen- en kalkdragers en turfkruiers op de toenmalige "nieuwe kaije" een kleine kraan opgericht. Deze "kleen of draeykraan" wordt in 1792 nog vermeld maar wanneer zij verdwenen is, weten we niet. De Fairbairn-kraan staat er nog steeds, samen met de kraan in Koog aan de Zaan de enige overgebleven Fairbairn-kraan in Nederland, gerestaureerd in 2010.

  

Bronnen, noten en/of referenties: Bijgewerkt en aangevuld door Oud Middelburg
Geraadpleegde lectuur
- Genootschap voor geschiedenis, Bruges 1992 - Flanders
- De oudste houten kranen in de Vlaamse en andere havens
Handelingen 1991, tweede deel. R. deGryse

 

Brongegevens

Info met behulp van de Gids door Walcheren, gedrukt bij C.H.J. van Benthem Jutting te Middelburg. De Gids door Walcheren en Gids voor Middelburg, gedrukt bij J.C & W. Altorffer te Middelburg. Voorts is er gebruik gemaakt van "De monumenten van Middelburg" van W.S. Unger. Ontbrekende gegevens zijn verkregen uit websites en overige publicaties. Voor de juiste adressen hebben we gebruik gemaakt van het "Stratenregister Middelburg", een naslagsysteem betreffende de wijk-, straatnaam- en huisnummerwijzigingen in Middelburg samengesteld door het Gemeentearchief Middelburg in 1989.

Brongegevens foto's

Gebruik van foto's uit de Beeldbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed | Historisch-topografische atlas 'Zelandia Illustrata' van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen (KZGW) Beeldbank Zeeland | Archieven.nl | TU Delft Beeldbank | Rijksmuseum | Collectie glasnegatieven in beheer van Oud Middelburg. Veel foto's zijn aangepast en ingekleurd met de hand door Oud Middelburg. Het garandeert geenszins dat de ingekleurde afbeelding een nauwkeurige weergave is van de daadwerkelijke momentopname.

Auteursrecht

Op sommige op de site aanwezige creaties (vormgeving, beeldmateriaal en teksten) rust intellectueel eigendomsrecht. Wilt u gebruik maken van de publicaties zoals deze op de website worden getoond, met name het beeldmateriaal met brongegevens van de rechthebbenden, kopieer/link dan het webadres van de desbetreffende pagina. Gelieve de afbeeldingen en/of tekst niet geheel of gedeeltelijk te kopiëren, te reproduceren, te plakken of te fotokopiëren, screenshots te maken of te knippen. Hiermee schendt u ons en andermans rechten.