logo largeGevangenis 's-Gravensteen 1449 - 1827

De Gravensteen gevangenis was in de late middeleeuwen het eerste stenen gebouw in de stad Middelburg. Volgens oude geschriften had deze gevangenis behalve gevangeniscellen een gijzelkamer, martelkamer, vrouwenkamer en een vierschaar (een soort rechtbank). 's Gravensteen, van oudsher bekend onder de naam van 's Gravenkasteel, 's Gravensteen of het Gravenhuis, werd ook wel het Steen of Pijnhuis genoemd. Gravensteen was de opvolger van het castrum van de graven van Vlaanderen uit vermoedelijk het einde van de 10e eeuw en bevond zich in de oudste kern van Middelburg. Hier lag de zogenaamde ringwalburg, een ronde versterking met aarden wal en gracht die aan het einde van de 9e eeuw na Chr opgericht was tegen de invallen van de Vikingen. Hierbinnen lag een gekruist wegenpatroon waar houten huizen langs stonden. 

Gevangenis 's Gravensteen 1449 - 1827

1511. Gezicht op de stad Middelburg van de zijde van de haven, met torens van de Westmonster, de abdijkerk en de Noordmonsterkerk en de donjon van het Gravensteen

Tijdens opgravingen aan het plangebied Bachtensteene zijn in 2012 resten gevonden van 's Gravensteen. Een belangrijk gebouw dat zich ieder geval vanaf 1301 binnen de grenzen lag van het plangebied; afgebakend door de straten Bachtensteene in het noorden, de Kapoengang in het noord en zuidoosten en de Burggang, in het zuidwesten. De resultaten waren vanaf de eerste dag al spectaculair te noemen. Op nauwelijks 50 cm onder het huidige maaiveld werden resten teruggevonden van zeer zware funderingen die enkel kan worden toegeschreven aan het hier gelegen Gravensteen. Een van de archeologen wijst naar een stuk muur dat zichtbaar is. Bijna een meter breed. "Zo breed was de muur van het Gravensteen". Ook werd het complexe riool- en afwateringssysteem van het Gravensteen teruggevonden met hierin prachtig vondstmateriaal. Daarnaast troffen de archeologen goed bewaarde restanten van een bakstenen riool aan dat vroeger als ondermeer waterafvoer langs de straat heeft dienst gedaan. Ook werden een aantal beerputten en -bakken gevonden. Ter vervanging van de door de oorlogshandelingen van de in 1940 verwoeste Waterstaatskerk aan de Noordstraat werd in het Bachtensteene gebied in 1951, de Parochiekerk HH. Petrus en Pauluskerk herbouwd en in gebruik genomen aan de, toen nog geheette, Lombardstraat.


Het 's-Gravensteen 1527-1827

Hoewel er maar weinig over het gebouw bekend is, loont het toch de moeite hier enkele bijzonderheden te vermelden, vooral over de bouw die in 1527 en 1528 plaats vond. In de tijd dat de gevangenis gebouwd werd, bestond de gevangenisstraf zoals wij die nu kennen, niet. In de 15e en 16e eeuw waren er veel straffen zoals; de doodstraf, die in allerlei vormen werd toegepast; de gearresteerde, te worden gebragt op een schavot, opgericht voor de Peuye (plein) van dezen Stadhuize, ter plaatse alwaar men gewoon is Crimineele en Capitaale exsecuties te doen, en aldaar te worden overgeleverd in handen van de Scherprechter, omme door denzelven, anderen ten afschrik, met een Koorde om den hals, aan eene Galg te worden opgehangen en gestraft, dat 'er de Dood na volgt. Dat zyn dood Ligchaam, nadat hetzelve, als naar gewoonte, eenige tyd aan de gemelde Galg zal hebben ten toon gehangen, zal worden getransporteerd naar het einde van de Havendyk buiten deze Stad, en aldaar met een Yzeren Keten om den hals te exemple van anderen aan de Steene Galg zal worden opgehangen, omme aldaar door de Lucht, en het gevogelte des Hemels te worden verteerd. Er waren ook lichamelijke straffen, zoals het afhouwen van de hand, ogen uitsteken, tong splijten, en andere gruwelijkheden. Gevangenisstraf kwam betrekkelijk weinig voor, de gevangenissen waren meer bewaarplaatsen voor misdadigers, die op de voltrekking van hun eigenlijke straf wachten. Zo gaat het verhaal over een Fransman, die op het 's Gravensteen gevangen zat, niet wilde wachten op een of ander gruwel vonnis. Hij liet zich als een pest-schijndode kisten, om door de cellebroeders naar het kerkhof te worden vervoerd, om aldaar uit de kist te springen en wegvluchtte. De Middelburgse gevangenis van 1527 werd gebouwd op dezelfde plek als de vorige en had een vierkant grondplan met een oppervlak van 251 roeden. Een mooie weergave ervan is opgenomen in de Kroniek van Smallegange uit 1696.

Daags na de beeldenstorm, op vrijdag 23 augustus, zaten in het Gravensteen elf personen omwille van hun geloof gevangen. Er werd een actie ondernomen om hen te bevrijden. In broederlijke samenwerking richtten Hervormden en Dopers zich tot ieder die gezag droeg, tot burgemeester en schepenen, tot de rentmeester, de baljuw en de bisschop, om vrijlating te bekomen. De wereldlijke overheid deinsde terug voor deze stap en wilde eerst hogere instanties raadplegen. Maar de bisschop, murw geslagen door de gebeurtenissen van de laatste dagen, gaf zijn schriftelijke toestemming onder nochtans protestatie, dat het in zijne macht nyet en was te doene. Daarop trok een menigte van enkele honderden gewapend met hamers en bijlen naar het Gravensteen om, desnoods met geweld, de geloofsgevangenen te bevrijden. Toen moest ook de wereldlijke macht wel buigen voor de menigte. Het Gravensteen immers was op dat moment overvol. Naar Middelburg werden van oudsher de galeigasten uit andere gebieden overgebracht en de gevangenis herbergde een honderdtal misdadigers van alle slag, quaetdoenderen van nature ende beroyde gasten. Uit vrees dat ook deze zouden vrijkomen bij een gewelddadige bevrijdingsactie koos men voor het minste kwaad. De gevangen van den Schrifte werden in vrijheid gesteld. Ende heeft den volcke daarmede tevreden geweest.

Volgens een oude stadsrekening uit 1527 waren de uitgaven voor de bouw verdeeld in vijftien hoofstukken, die o.a. betrekking hadden op de aankoop van steen en witte arduin, op het ijzerwerk, op het leidak, op het glazenmakerswerk, op 't scrijnwerk ( het maken van betimmering in sommige vertrekken). Het oude gebouw werd voor tien Vlaamsche ponden afgebroken, door Middelburgsche burgers, enwel door de metselaars Matthijs Jansz. en Klaas Willemsz; van boven tot beneden neffens de fundamenten. Beide metselaars waren ook de bouwers van het nieuwe Steen; van de gront up tot die eerste staige in 't vierkant. In 1528 werd door hen de bouw voortgezet; van den eersten staigen opgemetst ende volmaect. en verder: vijf faulten beneden te welven met een cleyn trap ende al dat werck van binnen te leggen met plevusen ende tselve werk te plaesteren. Het timmerwerk werd niet door burgers uit de stad verricht, reden waarom aan het timmergilde te Middelburg de somma van zes schellingen moest worden betaald.



Uit dezelfde rekening zijn er verschillende details betreft de inrichting van de gevangenis bekend. Aan de straatzijde was; de zaele genaemt de vierschaere, waarheen een trap leidde; aen beyde zyden ofgaende met twee pylaren ende twee leeuwen. Verder waren er nog aan de voorzijde van het gebouw; een gijzelkamer en ene beyart (een gemeenschappelijk vertrek). Aan de achterkant was de vrouwengevangenis en de martelkamer met de pijnbank; de Keysersstoel. De gevel van het huis was versierd met enig beeldhouwerk; zoo stonden op de kanteelen drie gebeeldhouwde leeuwen, en op de dakvensters waren vergulde appels geplaatst, gestoffeerd met fynen goude. In de voorgevel en boven de ramen waren de wapens aangebracht van de keizer, de keizerin, het koninkrijk Spanje, de landvoogdes, Zeeland en de stad Middelburg.

De cipier betrok een woning naast het hoofdgebouw, vermoedelijk nog in een gedeelte van het oude gebouw. Dat gevangenen hier ook vaak een obscuur einde vonden, getuigen archiefbronnen waarin te lezen staat dat de plaatselijke magistraat, om protest te vermijden, op 26 oktober 1564 de vonnissen van twee doopsgezinden heimelijk in het Gravensteen laat voltrekken. Middelburg kreeg uiteindelijk een Huis van Burgerlijke en Militaire Verzekering aan de Kousteensedijk. In 1822, diende 't Gravensteen slechts als huis van politie en arrest en in 1829 wordt het gebouw afgebroken en vervangen door een pakhuis voor steenkool en een kantoorgebouw. 

Bronnen, noten en/of referenties:
Geraadpleegde lectuur:
- Middelburgsche Courant | 1937 |  | pagina 3
- Archeologisch bureauonderzoek plangebied Bachtensteene
- Ter Herinnering bevindingsweg en gevangenschap, Cornelis de Korte 1776
- Mengelwerk 1832
https://archeologieonline.nl 

 

Brongegevens

Info met behulp van de Gids door Walcheren, gedrukt bij C.H.J. van Benthem Jutting te Middelburg. De Gids door Walcheren en Gids voor Middelburg, gedrukt bij J.C & W. Altorffer te Middelburg. Voorts is er gebruik gemaakt van "De monumenten van Middelburg" van W.S. Unger. Ontbrekende gegevens zijn verkregen uit websites en overige publicaties. Voor de juiste adressen hebben we gebruik gemaakt van het "Stratenregister Middelburg", een naslagsysteem betreffende de wijk-, straatnaam- en huisnummerwijzigingen in Middelburg samengesteld door het Gemeentearchief Middelburg in 1989.

Brongegevens foto's

Gebruik van foto's uit de Beeldbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed | Historisch-topografische atlas 'Zelandia Illustrata' van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen (KZGW) Beeldbank Zeeland | Archieven.nl | TU Delft Beeldbank | Rijksmuseum | Collectie glasnegatieven in beheer van Oud Middelburg. Veel foto's zijn aangepast en ingekleurd met de hand door Oud Middelburg. Het garandeert geenszins dat de ingekleurde afbeelding een nauwkeurige weergave is van de daadwerkelijke momentopname.

Auteursrecht

Op sommige op de site aanwezige creaties (vormgeving, beeldmateriaal en teksten) rust intellectueel eigendomsrecht. Wilt u gebruik maken van de publicaties zoals deze op de website worden getoond, met name het beeldmateriaal met brongegevens van de rechthebbenden, kopieer/link dan het webadres van de desbetreffende pagina. Gelieve de afbeeldingen en/of tekst niet geheel of gedeeltelijk te kopiëren, te reproduceren, te plakken of te fotokopiëren, screenshots te maken of te knippen. Hiermee schendt u ons en andermans rechten.